Alles is verbonden: nieuw Noors design

Voor het derde jaar op rij presenteerden Noorse designers zich onlangs op de Salon del Mobile in Milaan, dé beurs in de designwereld. ‘Everything is connected’ was het thema van de Noorse presentatie, verwijzend naar de betekenis van relaties, verbindingen en samenwerking. Curator was ontwerpster en interieurarchitecte Katrin Greiling.

‘Everything is connected’ verwijst naar het brede culturele vertoog waarvan elke ontwerper en maker deel uitmaakt. Designers en ambachtslieden zijn verbonden met de context waarin zij iets maken. Welke persoonlijke contacten hebben zij? Welke materialen zijn beschikbaar? Hoe is de logistiek georganiseerd en welke workshops en educatieve programma’s staan ter beschikking? Al die factoren spelen een rol in de design- en maakindustrie en bepalen mede het innovatieve karakter ervan. ‘Everything is connected’ moet duidelijk maken dat een designer of beoefenaar van een ambacht nooit in z’n eentje werkt, maar altijd verbonden is met de samenleving waarvan hij of zij deel uitmaakt.

Anette Krogstad_ Another Season_ Foto Lasse Fløde_Pudder_1

Another Season door Anette Krogstad. (foto Lasse Fløde)

In Milaan traden 24 Noorse designstudio’s en ambachtslieden over het voetlicht. Aan de Via Ventura 6 was hun werk te zien in de vorm van meubels, verlichting, huishoudelijke artikelen, textiel, keramiek en sculpturen. Net als in de voorgaande jaren werkten diverse Noorse organisaties voor deze presentatie samen: Norwegian Crafts, Klubben (de unie van Noorse designers), Doga (Design og Arkitektur Norge) en de verffabriek Jotun. De laatste zorgde voor de kleurstelling en ontwikkelde daarvoor twee nieuwe kleuren: Nordic Breeze en Norwegian Wood.

Het Noors/Italiaanse duo Kråkvik & D’Orazio verzorgde de inrichting en styling. Daarnaar gevraagd in een interview gaven Kråkvik & D’Orazio aan dat nationale identiteit belangrijk is voor design. Designers worden in de huidige tijd sterk beïnvloed door wat er in de wereld gaande is en ondergaan tegelijkertijd een blijvende invloed van de plek en het land waar ze vandaan komen. Zij weten zich op allerlei manieren verbonden met hun wortels. Dat kan hem zitten in materialen, woorden, een lijn, een design of zelfs zintuiglijk in een geluid of geur. Verbinding speelde ook een rol in de manier waarop Kråkvik & D’Orazio de presentatie in Milaan vormgaven. Zij wilden een verbinding tot stand brengen tussen de objecten en de bezoekers. Daarvoor gebruikten ze onder meer spiegels, waarin een bezoeker niet alleen een object ziet, maar ook zichzelf kan waarnemen en waarin het volgende object al verschijnt.

In de presentatie in Milaan belichtte curator Katrin Greiling de dialoog tussen ambachtslieden, designers en industrie. Ze wilde ontdekken hoe het gesprek tussen die partijen gevoed kan worden. Vaardigheden moeten worden overgedragen, vindt Greiling, en consumenten zouden design binnen zijn context moeten kunnen begrijpen en reflecteren over de keuzes die zij maken.

Andreas Bergsaker presenteerde Aase, een dubbele spiegel op drie stalen poten, waarmee styliste Katrin Greiling vanzelfsprekend haar doelstelling om te spiegelen volop tot uitdrukking kon brengen. We zien op de foto in de spiegel een van de objecten uit de serie ‘Make’ van Barmen & Brekke. De naam refereert niet aan het Engelse woord voor maken, maar aan een Noorse uitdrukking die aangeeft dat twee dingen op elkaar lijken en bij elkaar passen. Vorig jaar waren ze in Milaan met de kaarsenstandaards Kveik, nu maakten Barmen & Brekke Make, potten van aardewerk en gedraaid hout.

Everything is Connected_photo_Lasse Fløde_Pudder no. 1_1

Opstelling met Aase (staande spiegel) van Andreas Begsaker, Make (daarin zichtbaar) van Barmen & Brekke en Bror (kaneelkleurig schaaltje) door Noidoi. Dit tegen de achtergrond van de nieuwe Jotun-kleuren Norwegian Wood en Nordic Breeze. (foto Lasse Fløde)

Op tafel staat ook een van de schaaltjes uit de serie Bror. Nergens anders dan met Bror leggen de Noren in de Milanese expositie zo duidelijk de link met erfgoed. Bror is een serie van drie mondgeblazen schaaltjes en vaasjes van glas. Ze zijn gebaseerd op de iconische potpourribakjes die de glasfabriek in Gjøvik in de achttiende eeuw produceerde. Roos, kaneel en lavendel krijgen vorm en textuur in deze nieuwe serie. De traditionele vaardigheden van de glasmakers speelden een essentiële rol bij dit ontwerp van Noidoi.

De Noren hebben de zintuigen ontdekt; er was nog meer geur en kleur in Milaan. Kaja Dahl onderzocht tijdens een verblijf in Kaapstad geuren en maakte daar met lokale experts een parfum. Eenmaal terug in Noorwegen ontwierp ze Norwegian Notes, een serie van geurobjecten, geschikt voor zowel thuis als in de retail. Norwegian Notes is meer dan een simpele geurverspreider. De hangende en staande potten dienen als zintuiglijke sculpturen. De geuren zijn ontleend aan het Noorse landschap. Norwegian Notes verspreidt de geur van dennenbossen, engelwortel en jeneverbes.

Kaja Dahl_ Norwegian NOTES_ Foto Lasse Fløde_Pudder_1

Norwegian Notes door Kaja Dahl. (foto Lasse Fløde)

Ann Kristin Einarsen was met Stilleben vorig jaar ook in Milaan en keert nu terug met Fam, een serie waarmee ze de relatie tussen vorm en functie onderzoekt. Fam bestaat uit vijf porseleinen vazen in verschillende vormen en kleuren, die zo gecombineerd kunnen worden dat ze de vorm van een totempaal aannemen. Van een functioneel object wordt Fam een sculptuur.

Ann Kristin Einarsen_ Fam_ Foto Lasse Fløde_Pudder_1

Fam door Ann Kristin Einarsen. (foto Lasse Fløde)

Met Nomad onderzoeken Gilles & Cecilie het idee van persoonlijk bezit in onze hedendaagse urbane samenleving. We zijn minder geworteld en reizen meer. In hoeverre kan Nomad een gevoel van ‘thuis’ overbrengen, waar de eigenaar ook naar toe mag reizen?

Gilles & Cecilie_ Nomad_ Foto Lasse Fløde_Pudder_1

Nomad door Gilles & Cecilie. (foto Lasse Fløde)

Live Berg Olsen ontwierp prototypes voor duurzaam meubilair in eiken en gepolijst staal. Een stoel, ladenkast en tafel staan elk voor een tijdloze, archetypische vorm. ‘Super Normal’ dus. De meubelstukken kunnen ook gemakkelijk worden aangepast. Zo heeft de stoel een verstelbare rugleuning.

Everything is Connected_photo_Lasse Fløde_Pudder no. 6_1

Stoel Super Normal door Live Berg Olsen en lamp Kantarell door Falke Svatun. (foto Lasse Fløde)

Met een laser uit aluminium gesneden en daarna met de hand gepolijst, zo kwam Kana tot stand, een veelzijdige bijzettafel met een vorm waarin we karakters uit het Japanse schrift herkennen. De greep bovenaan maakt het makkelijk om het tafeltje te verplaatsen. Martin Høgh Olsen ontwierp dit fraaie object, dat het goed doet als standalone maar ook naast ander meubilair.

Martin Høgh Olsen_ KANA_ Foto Fløde_Pudder_1

Kana door Martin Høgh Olsen. (foto Lasse Fløde)

Moa Håkansson zocht met Trängd de grenzen op tussen interieurdecoratie en sculptuur. Trängd is een speelse serie van abstracte keramiekobjecten met antropomorfische trekken. Håkansson dwingt ons na te denken over de betekenis die een object krijgt als de functie eraf is gehaald. Als stijl en bedoeling er niet meer toe doen, blijft een emotionele dimensie over.

Moa Håkansson_ Trängd_ Foto Lasse Fløde_Pudder_1

Trängd door Moa Håkansson tegen de achtergrond van de kleur Norwegian Wood. (foto Lasse Fløde)

Dat eenvoud een kracht is van het Noors design toont Matchbox van Sara Polmar. Zij tovert het klassieke lucifersdoosje om in een nieuw object van nieuwe materialen en met een nieuwe functie. De verschillende kleuren maken het extra spannend. Matchbox is bedoeld als plank of lade aan de muur.

Sara Polmar_ Mathchbox_ Foto Lasse Fløde_pudder_1

Matchbox door Sara Polmar. (foto Lasse Fløde)

Het was kortom weer een feest van eenvoud, creatief en functioneel design aan Via Ventura 6 in het Ventura Lambrate District in Milaan. Wat kun je anders verwachten van Scandinavisch design? De Noren zetten jaar na jaar interessante ontdekkingstochten op. Dit jaar vonden zij verbindingen door de toepassing van verschillende materialen, door het spelen met vormen en functies en door hergebruik van erfgoed.

Kijk voor alle ontwerpen op de website www.contemporarycraftsanddesign.no.
Interview met Kråkvik & D’Orazio.
Interview met Katrin Greiling.

Advertenties

Alledaags design uit Noorwegen

Wat is de overeenkomst tussen een kaasschaaf, een paperclip en een tandenborstel? Alle drie hebben ze een Noors verhaal. Een Noorse timmerman vond de kaasschaaf uit, een Noorse kantoorbeambte claimde de paperclip en een Noors bedrijf werd wereldleider in tandenborstels. Je zou het misschien niet zeggen, maar dagelijks gaan er een of meer attributen van Noorse origine door onze handen. Behalve dan de paperclip. De kantoorklerk had te vroeg gejuicht.

Johan Vaaler en zijn patent op de paperclip

Johan Vaaler (1866-1910) was een boerenzoon uit Aurskog (Akershus), die als klerk ging werken op een patentbureau in Oslo. In 1892 werd hij kantoorhoofd op het Bryns Patentkontor. Zeven jaar later zou hij zelf een ‘uitvinding’ doen waar hij patent op aanvroeg. Hij ontwierp diverse modellen van gebogen metaaldraad die in staat waren om een bundeltje papieren bij elkaar te houden: een paperclip (binder in het Noors). Hij vroeg er op 12 november 1899 in Duitsland patent op aan, hetgeen hem op 6 juni 1901 werd verstrekt. Twee dagen eerder was zijn patentaanvraag in de Verenigde Staten gehonoreerd.

Johan Vaaler, 1887, als student

Johan Vaaler als student in 1887.

Vaalers ‘uitvinding’ kwam in een periode waarin slimmeriken elders op de wereld ook verschillende soorten paperclips ontwierpen. Vaaler tekende diverse modellen: vierkant, driehoekig en ovaal. Hij zal ongetwijfeld tevreden zijn geweest met wat hij had ontworpen, maar in de praktijk waren zijn paperclips een weinig handig hulpmiddel. De Gem paperclip, het ovale model met de twee bochten, zou uiteindelijk de wereld veroveren. In Vaalers clip ontbrak de tweede bocht, waardoor deze minder praktisch was. Vermoedelijk werd de Gem al in de jaren 1870 geproduceerd. De oudst bekende advertentie ervoor dateert uit september 1893 en in 1899 werd een machine gepatenteerd voor het maken van paperclips bij de Britse Gem Manufacturing Company Ltd.

blog alledaags design

Links een van de ontwerpen van Vaaler, rechts de Gem.

Algemeen wordt aangenomen dat Vaaler geen weet had van de paperclips die reeds in andere landen bestonden. Dat hij als beambte op een octrooibureau de hausse aan paperclippatenten in die jaren niet heeft opgemerkt, lijkt mij echter zeer onwaarschijnlijk. Vermoedelijk wilde Vaaler gewoon het nieuwe model claimen dat hij had ontworpen. En dat is gelukt. Afzet heeft hij er echter niet voor gevonden. Zijn patenten verliepen zonder dat de paperclips ooit in productie zijn genomen.

Desondanks is de paperclip in Noorwegen een icoon geworden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde hij als symbool van het verzet, net als in Frankrijk overigens. Toen de nazi’s het dragen van speldjes met nationale symbolen verboden, bevestigden mensen een paperclip aan hun revers ten teken van onderlinge verbondenheid en van verzet. De paperclip die hiervoor werd gebruikt was de Gem, niet Vaalers ontwerp. Dat een Noor een paperclip had ontworpen, werd pas na de oorlog in brede kring bekend. Halvar Foss, een ingenieur werkzaam bij het nationale octrooibureau in Noorwegen (Patentstyret), had in de jaren twintig Vaalers vergeten patent onder ogen gekregen tijdens een reis naar Duitsland. Hij schreef er een artikel over waarin hij de uitvinding van de paperclip claimde voor Vaaler. Toen na de oorlog de belangstelling in Noorwegen groeide voor de oorsprong van de paperclip – hét Noorse verzetssymbool – werd het artikel van Foss ontdekt en de uitvinding van de paperclip toegeschreven aan Vaaler. Zo kwam hij in menige encyclopedie terecht.

Ten onrechte dus, maar de mythe voedde het patriottisme onder de Noren. Zozeer zelfs dat in 1999, honderd jaar nadat Vaaler het patent had verkregen, een postzegel werd uitgebracht ter herinnering aan dat feit. Ongelukkigerwijze is op de postzegel echter de Gem afgebeeld en niet een door Vaaler ontworpen paperclip.

postzegel, foto Kyle MacDonald, cc by 2.0

De gewraakte postzegel met een afbeelding van de Gem. (Foto Kyle MacDonald, CC-BY 2.0)

Met een kunstwerk dat in 1989 ter ere van Vaaler bij een hogeschool in Sandvika werd geplaatst, werd dezelfde fout gemaakt. Ook hier prijkt een gigantische Gem.

paperclip sandvika, foto Kyle MacDonald, cc by 2.0

Het schoolgebouw in Sandvika met rechts de reusachtige Gem. De maker van deze foto was  een toen 26-jarige Canadees die in 2005 de uitdaging aanging om een rode paperclip door ruilen om te zetten in een huis. Negen maanden en tien transacties later was hij in het bezit van een bungalow in Phoenix, Colorado. (Foto Kyle MacDonald, CC-BY 2.0) 

De kaasschaaf van een timmerman

Werd Vaalers paperclip nooit in productie genomen, anders was dat met het gereedschap dat zijn landgenoot Thor Bjørklund een dikke 25 jaar later ontwierp. Bjørklund (1889-1975) was een timmerman en meubelmaker in Lillehammer. Hij had een opleiding genoten in Oslo en werkte als meestertimmerman toen hij op het idee kwam om het principe van de houtschaaf te benutten voor werkzaamheden in de keuken, meer in het bijzonder het snijden van kaas. De Noren hebben een rijke traditie in het maken van kaas. De gulost (de gele kazen) en brunost (de bruine kaas met de karakteristieke caramelsmaak) hebben dezelfde zachte tot wat hardere structuur als veel Nederlandse kazen. Kazen dus die snijdbaar zijn. Naar het verhaal wil irriteerde het Bjørklund dat hij met een gewoon mes zo lastig mooie plakjes kaas kon afsnijden. Daarom ging hij op zoek naar een oplossing. In zijn werkplaats kwamen de eerste (metalen) kaasschaven tot stand. Kennelijk overtuigd van het nut van zijn uitvinding vroeg hij er patent op aan. Dat werd geregistreerd op 27 februari 1925. Twee jaar later begon hij zijn eigen firma onder de naam Thor Bjørklund & Sønner AS.

Geitost_(og_en_gammel_ostehøvel_i_sølv), arnstein bjone, cc by sa 4.0_1

Brunost met een oud model zilveren kaasschaaf. (Foto Arnstein Bjone, CC-BY-SA 4.0)

Bjørklunds prototype van de kaasschaaf bestaat uit vier onderdelen: een schaaf met snijhoek, een hals, een pin en een handvat. De productiemethode, materialen en vormgeving veranderden in de loop van de tijd. In die eerste jaren waren er zo’n 50 tot 60 handelingen nodig voordat één kaasschaaf was gemaakt. Die namen bij elkaar ongeveer een uur in beslag. Inmiddels gaat dat een stuk sneller. Sinds 1925 werden er meer dan vijftig miljoen kaasschaven geproduceerd.

Na de dood van Bjørklund in 1975 bleef de onderneming bestaan. In 2009 volgde echter een faillissement. Gudbrandsdal Industrier AS zette de productie van kaasschaven daarna voort onder Bjørklunds (merk)naam. De ostehøvel is nu een Noors exportproduct en wordt in Noorwegen beschouwd als een symbool van innovatie, kwaliteit en design. Het stuk keukengereedschap wordt in de Scandinavische landen, Nederland, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk gebruikt en is met name onder toeristen in Noorwegen en Nederland populair als souvenir.

Van haarkam tot tandenborstel: de firma Jordan

In 1837 arriveerden drie Deense kammenmakers in Oslo, toen nog Christiania geheten. Onder hen Wilhelm Jordan (1809-1879), die het ambacht in Hamburg had geleerd. Een poging om hiermee in zijn geboortestad Kopenhagen de kost te verdienen was mislukt. Nu waagde hij de oversteek naar Noorwegen om er een kammenmakerij op te zetten. Op 5 augustus 1837 ging zijn bedrijf van start. Ruim vijf maanden later verwierf Jordan het Noorse burgerschap en mocht hij zich tevens meesterkammenmaker noemen. De omstandigheden voor zijn bedrijf waren gunstig en hij investeerde daarom in een terrein aan de Skippergaten 44 in Christiania.

Wilhelm_Jordan_(industrialist), cc by sa 3.0

Wilhelm Jordan. (CC-BY-SA 3.0)

Rond 1845 maakte hij plannen om een borstelmakerij te beginnen. Zo’n bedrijf was er op dat moment niet in de stad en Jordan zag er wel brood in. Omdat hij dit vak niet beheerste, ging hij eerst opnieuw in Hamburg in de leer. Samen met een aantal andere borstelmakers keerde hij in Christiania terug en startte daar een goedlopende borstelmakerij. Na de grote stadsbrand in 1858 zag Jordan kansen voor een volgend avontuur. Omdat veel huizen moesten worden herbouwd, zaten meubelmakers verlegen om exotisch hout, in het bijzonder mahoniehout. Aangezien er in de stad geen onderneming was die aan die vraag kon voldoen, richtte Jordan de schreden opnieuw naar Hamburg, waar hij het gevraagde hout inkocht. Daarmee legde hij de basis voor een tweede bedrijf, dat buitenlands hout invoerde en meubelfineer maakte.

3326 Oslo. Parti Skippergaten og Prinsensgate

Rechts Skippergaten in Oslo, waar Jordan zich gevestigd had. (Collectie Nasjonalbiblioteket Oslo)

Het ging Wilhelm Jordan voor de wind. Hij behoorde tot de gegoede burgers van Christiania. Na zijn dood in 1879 nam zijn zoon Fredrik Wilhelm (1841-1911) de kam- en borstelmakerij over. De kammen en borstels werden er nog volledig met de hand gemaakt. Fredrik introduceerde een nieuwe grondstof voor de borstels: piassava (palmvezels). Onder Hjalmar Jordan (1887-1938), die zijn vader na diens dood in 1911 opvolgde, kwamen in het bedrijf sociale voorzieningen tot stand, zoals een pensioenfonds voor de arbeiders. Tegelijkertijd wist Hjalmar door investeringen in moderne machines de productie te optimaliseren. In de jaren twintig was er in heel Noorwegen geen dorp meer te vinden waar geen borstels en bezems van Jordan werden verkocht. Maar toen moest de grote klapper nog komen.

Op zijn reizen had Hjalmar buitenlandse bedrijven gezien waar tandenborstels werden gemaakt. Zakenman die hij was, zag hij hiervoor gunstige perspectieven in zijn eigen land. In 1927 begon hij te experimenteren. De vervaardiging van een tandenborstel bleek een gecompliceerd proces. Er waren heel wat prototypes nodig vooraleer de perfecte tandenborstel de werkplaats verliet. In 1933 bouwde Jordan in Oslo (Sinsen/Løren) de eerste Noorse tandenborstelfabriek. Al snel bediende het bedrijf de helft van de Noorse tandenborstelmarkt en in 1937 zette het met een magazijn in Zweden de eerste stappen in de richting van de buitenlandse markt. Op dat moment produceerde Jordan 225.000 tandenborstels per jaar.

Het bedrijf maakte moeilijke jaren door na de vroege dood van Hjalmar in 1938 en aansluitend de Tweede Wereldoorlog. Maar het herstel volgde spoedig. Jordan voerde tal van innovaties door. In de vroege jaren vijftig werd het varkenshaar in de tandenborstels vervangen door nylon en werden de handvaten in het vervolg van plastic gemaakt. In diezelfde tijd besloot het bedrijf zich volledig te richten op de in karton voorverpakte tandenborstels, die in zelfbedieningswinkels te koop werden aangeboden.

Jordan1952, foto Vilhelm Skappel, Oslo byarkiv, cc by sa 3.0

De bedrijfsgebouwen van Jordan aan de Waldemar Thranesgate in Oslo, 1952. (Collectie Oslo Byarkiv, foto Vilhelm Skappel, CC-BY-SA 3.0)

Eind jaren vijftig kwam bovendien de export nadrukkelijk in beeld, mede om de concurrentie door groeiende import te tackelen die de totstandkoming van een gemeenschappelijke Europese markt met zich meebracht. In 1967 was Jordan wat betreft tandenborstels marktleider in Zweden, Denemarken, Finland, Nederland en Zwitserland. In die tijd kwam er steeds meer oog voor het belang van een goede mondhygiëne en Jordan speelde daar op in met nieuwe producten als tandenstokers, flosdraad en mondwater. De vormgeving van de tandenborstels werd aan ergonomische inzichten aangepast. Ook de verkoop van tandenstokers bleek een groot succes. Daarvoor bouwde Jordan een nieuwe fabriek in Flisa, in het zuidoosten van Noorwegen, dichtbij de plek waar het hout voor de tandenstokers vandaan kwam. In de daaropvolgende jaren zouden meer bedrijfsonderdelen van Oslo naar Flisa verhuizen.

Jordan_børstefabrikk_Unknown_1977_cc by sa 4.0, oslo museum

Het bedrijfsgebouw van Jordan in Oslo, 1977. (Collectie Oslo Museum, CC-BY-SA 4.0)

Omdat Noorwegen geen lid was van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de handel met de lidstaten daarom moeilijker was, besloot Jordan ook een fabriek binnen de EEG te vestigen. De directie koos voor Nederland en liet in 1985 in Kerkrade een fabriek bouwen: Sanodent bv, die onder die merknaam tandenborstels uitbracht. Jordan verkocht Sanodent in 1998 en koos toen voor een Britse vestiging: Wisdom Toothbrush Ltd., waarnaar in 2003 de gehele productie van tandenborstels werd overgebracht. Enkele jaren later zou deze naar Azië worden verplaatst. Naast de producten op het gebied van mondhygiëne maakt Jordan nog steeds huishoudelijke artikelen. Bezems en borstels natuurlijk, maar ook microvezeldoekjes, afwasborstels en keuken- en theedoeken. Bijna alle bedrijfsonderdelen hebben Noorwegen inmiddels verlaten. Alleen de tandenstokers worden nog in Flisa gemaakt.

Bronnen:
Grace Lees-Maffei (ed.), Iconic Designs: 50 Stories about 50 Things, London/New York 2014.
Over de paperclip: websites Early Office Museum, historyblogs en Open Mind.
Over de kaasschaaf: website Bjørklund-1925.
Over Jordan: Jordan’s history op de website van het bedrijf.

Noors design steelt de harten in Milaan

Toen afgelopen zondag de deuren aan de Via Ventura 6 in Milaan sloten, kon Noorwegen terugkijken op een uitstekende performance tijdens de prestigieuze Salone del Mobile. Hét design evenement waar de hele wereld naar kijkt, vond dit jaar plaats van 12 tot 17 april. Noorwegen was er present met 26 ontwerpers. Omdat de mogelijkheden om hun ontwerpen in productie te krijgen in eigen land beperkt zijn, hoopten zij in Milaan onder meer de aandacht te trekken van producenten uit het buitenland.

Ook vorig jaar presenteerde Noors design zich in Milaan, toen onder de noemer Norwegian Presence. Dit jaar was Structure het overkoepelende thema. Verscheidene organisaties sloegen voor deze expositie de handen ineen: Klubben (Noorse designers), Norwegian Crafts (hedendaagse kunstnijverheid) en de verffabrikant Jotun, die de kleurstelling ontwikkelde. De styling en inrichting van de ruimte was in handen van het duo Kråkvik & D’Orazio en van Hanna Nova Beatrice, chef-redacteur van het Zweedse designmagazine Residence.

De ontwerpen in Milaan waren van meest jonge Noorse designers. Inspiratie haalden zij van over de hele wereld, soms ook heel dichtbij huis. Vera & Kyte, de designstudio van Vera Kleppe and Åshild Kyte uit Bergen, liet zich inspireren door de vormen en kleuren van de steden Los Angeles, Tokyo en Rome. Ze maakten sets van grafische tegels die kunnen dienen als onderzetter, pannenonderzetter of dienblad.

Tiles VITRA.indd

Navigate. Ontwerp Vera & Kyte. (Foto Siren Lauvdal)

In de archieven van de gerenommeerde Noorse zilversmid Theodor Olsen trof Lars Beller Fjetland een oud ontwerp voor een bestek aan. Het dateert uit de jaren 1950, maar het bestek werd nooit in productie genomen. Fjetland bewerkte het design. De hartvormige bladen en de lange stelen van de monstera (gatenplant) inspireerden hem tot het ontwerp van de asymmetrische bestekonderdelen: een weerspiegeling van de gatenplant, die in staat is om twee soorten bladeren te laten groeien: dichte en vingervormige.

salone_norwegian_004-1050x700, foto Siren Lauvdal_1

Monstera. Ontwerp Lars Beller Fjetland. (Foto Siren Lauvdal)

Het is geen sofa en evenmin een armstoel. Sara Polmar ontwierp Between, een zitmeubel dat uitnodigt tot het ontdekken van nieuwe vormen van ‘zitten’, alleen of met anderen. Noorse meubeldesigners gooiden vanaf de jaren zestig al hoge ogen met het zoeken naar nieuw zitcomfort. Sara Polmar ging opnieuw op zoek. De zitting, rug en armleuning van haar meubel zijn uitgevoerd in Noorse wol en hebben verschillende kleuren en structuren.

Structure-produkt-21_1

Between. Ontwerp Sara Polmar. (Foto Siren Lauvdal)

Noorwegen zou Noorwegen niet zijn als op deze designtentoonstelling de experimenten met materialen en technieken niet zouden overheersen. Anja Borgersrud ontwierp Shake: drie strooivaten voor zout, peper en suiker. Ze lijken op kiezelstenen en degene die het vat vasthoudt, zou er een moment van meditatieve kalmte door ervaren.

Structure-produkt-3_1

Shake. Ontwerp Anja Borgersrud. (Foto Siren Lauvdal)

Een boeiende uitdaging ging Anette Krogstad aan. Zij slaagde erin steengoed te creëren met een oppervlakte die lijkt op korstmossen. Ze vormde de borden met de hand en glazuurde ze in drie tot vier lagen om het bedoelde effect te krijgen.

Structure-produkt-2_1

Steinlav. Ontwerp Anette Krogstad. (Foto Siren Lauvdal)

Opvallend veel ontwerpers vonden hun kracht in de combinatie van materialen. Het designduo gunzler.polmar maakte Pour, een klassieke set bestaande uit een waterkan en bijbehorend bekken. De kan is van porselein, het bekken van ruw steengoed. Aanvulling en contrast in een.

salone_norwegian_002-1050x700, foto Siren Lauvdal

Pour. Ontwerp gunzler.polmar. (Foto Siren Lauvdal)

Kristine Bjaadal combineerde in Sfera twee verschillende materialen: essenhout en het unieke Noorse gesteente larvikite, dat bij de zuidelijke kustplaats Larvik gewonnen wordt. Een soortgelijke combinatie liet ze eerder ook zien in de series Hegne (houten potten met deksels van keramiek) en Hold (glazen potten met houten deksels).

Bjaadal_Sfera_3_WEB, foto Lasse Fløde_1

Sfera. Ontwerp Kristine Bjaadal. (Foto Lasse Fløde)

Een onverwachte combinatie van materialen maakte Barmen & Brekke met Kveik. Kveik – het Noorse woord voor ontbranden – is een serie van drie kaarsenstandaards, die vijf soorten klei en vijf in Noorwegen voorkomende houtsoorten verenigt. Elk object is gemaakt met de techniek van het draaien, een van de oudste methoden om materialen in een vorm te dwingen.

kveik-kirsebc3a6r-alm-ask, foto Barmen & Brekke

Kveik. Ontwerp en foto Barmen & Brekke.

De sporen die ambachtelijke technieken nalaten, geven de producten die ermee zijn gemaakt karakter en levendigheid. Ze ontbreken vaak in producten die met moderne industriële of computergestuurde technieken zijn gemaakt. Sverre Uhnger echter liet de groeven en afdrukken van de CNC-freesmachine intact. Ze zeggen iets over het maakproces en hebben tegelijkertijd een decoratieve functie. Trace is een collectie van houten serveerbladen en planken.

Trace_SverreUhnger_3, foto Siren Lauvdal_1

Trace. Ontwerp Sverre Uhnger. (Foto Siren Lauvdal)

En last but not least springt de bronzen vaas Vigeland in het oog, ontworpen door Andreas Engesvik, een van de grootste namen uit de hedendaagse Noorse designwereld. De vaas is zijn antwoord op het Vigeland Park in Oslo, dat gewijd is aan de imponerende sculpturen van de kunstenaar Gustav Vigeland. Met de vaas onderzoekt Engesvik de relatie tussen het fundamentele en het door mensenhanden gemaakte. De zwaarte en het ogenschijnlijk onveranderlijke van het object plaatst hij als het ware naast het veranderlijke karakter van de inhoud.

Structure-produkt-1_1

Vigeland. Ontwerp Andreas Engesvik. (Foto Siren Lauvdal)

De expositie Structure trok veel aandacht in de internationale designwereld. Toonaangevende media besteedden er aandacht aan: Wallpaper, Dezeen, Disegno en AnOther bijvoorbeeld. Noorwegen heeft opnieuw zijn visitekaartje afgegeven.

Kijk voor alle ontwerpen op www.norwegianstructure.com.

Noorse iconen: vergeten meubeldesign uit het Hoge Noorden

Ook in Nederland verschenen ze in de huiskamers. Noorse meubels stonden in het midden van de twintigste eeuw in binnen- en buitenland hoog aangeschreven. In die jaren rolden er van de tekentafels en werkbanken in Noorwegen designproducten van hoge kwaliteit met een nieuwe vormgeving. Wie zijn de belangrijkste meubelontwerpers uit die tijd, hoe onderscheiden hun meubels zich en waarom hoorden we nauwelijks nog van hen?

Na de Tweede Wereldoorlog lieten Noorse ontwerpers, net als Deense en Zweedse, de rationele, ordelijke ontwerpen uit het functionalisme, dat vóór de oorlog hoogtij had gevierd, achter zich. In plaats daarvan introduceerden zij organische vormen met golvende lijnen. Voorboden ervan waren al in de vroege twintigste eeuw zichtbaar in de art nouveau. Elegantie, schoonheid en ambachtelijkheid keerden als waarden terug, al verdween het belang van praktische functionaliteit niet.

599, kayser, norwegianicons

Schommelstoel model 599, ontwerp Fredrik Kayser. (Foto www.norwegianicons.com)

Fredrik Kayser

De Noorse ontwerper die de organische vormentaal in het meubeldesign tot grote hoogte stuwde, was Fredrik Kayser (1924-1968). De door hem ontworpen stoel Kryss (1955) en schommelstoel 599 (1958) kenmerken zich door hun esthetisch lijnenspel en behoren tot de top van wat Noorwegen midden twintigste eeuw te bieden had.

Van timmermansknecht tot meubeldesigner

Maar het was niet Kayser die het pionierswerk verrichtte. Dat deed de timmermansknecht Alf Sture (1915-2000). Sture kwam in 1940 in dienst bij ontwerpbureau Hiort & Østlyngen en ontwierp nog in datzelfde jaar model 1036. Deze stoel markeert de overgang van het harde functionalisme naar meer organische vormen. Sture liet in het ontwerp alle onnodige details achterwege, zodat alleen de functionele delen het ontwerp uitmaakten. Maar de lijnen zijn niet hard en strak, eerder zacht en organisch. De zitvorm was gebaseerd op studies van de menselijke anatomie. Model 1036 werd een voorbeeld voor veel andere Noorse stoelen.

model 1036, sture, norwegianicons_1

Model 1036, ontwerp Alf Sture. (Foto www.norwegianicons.com)

Comfort

Comfort had in het vooroorlogse functionalisme weinig aandacht gekregen. De ‘organische’ meubelen die nu werden ontworpen, boden mogelijkheden om te worden afgestemd op het menselijk lichaam. Dergelijke meubels werden populair toen televisietoestellen zich een weg baanden naar de huiskamers. Mensen wilden ’s avonds ontspannen televisiekijken en het zitmeubilair werd daarop aangepast. Een goed voorbeeld van zo’n stoel is Siesta (1965) van Ingmar Relling (1920-2002): eenvoudig, harmonieus, klassiek, zonder onnodige details en bovenal… comfortabel. Siesta werd een groot commercieel succes. Meubelfabriek LK Hjelle produceert de stoel nog en Relling verwierf er internationale bekendheid mee.

Siesta_Classic_brown_canvas-1400x678

Siesta, ontwerp Ingmar Relling, productie LK Hjelle. (Foto www.hjelle.no)

Ook in de jaren zeventig en tachtig onderscheidden Noorse meubelontwerpers zich met ergonomische ontwerpen. Jens Ekornes ontwierp Stressless (1971) en Terje Ekstrøm tekende voor Ekstrem (1972), een stoel die pas in de jaren tachtig een succes zou worden. Peter Opsvik werd in Nederland bekend met de populaire Tripp Trapp kinderstoel (1973). Een peuter lekker laten zitten en dat direct aan tafel, dat was het idee achter deze stoel. Later werd Opsviks Balans-serie geïntroduceerd. De eerste zitmeubels uit deze serie kwamen in 1979 op de markt. Ze waren revolutionair, omdat ze de gebruiker tot nieuwe zitposities dwongen.

tripp trapp, opsvik, norwegianicons_1

Tripp Trapp, ontwerp Peter Opsvik. (Foto www.norwegianicons.com)

Ambacht en industrie

Niet alleen de gewoonten van consumenten en de vormentaal van designers waren vanaf de jaren vijftig aan verandering onderhevig. Ook met materialen en technieken werd volop geëxperimenteerd. Eeuwenoude tradities in het meubelambacht hadden een schat aan kennis opgeleverd, maar de veranderde tijden stelden nieuwe eisen. De meubels moesten in serie geproduceerd kunnen worden en er waren nauwkeurige constructietekeningen nodig.

Noorse ontwerpers zochten naar wegen om ambacht en industrie met elkaar te verzoenen. Alf Sture leverde met stoel 1036 als een van de eersten een fraaie combinatie van traditioneel handwerk en industriële productie. Een andere stoel op dit kruispunt is Bambi (1950) van het ontwerpbureau Rastad & Relling. Bambi wordt gerekend tot de mooiste en meest artistieke stoelen die in Noorwegen zijn gemaakt.

bambi, rastad & relling, norwegianicons_1

Bambi, ontwerp Rastad & Relling. (Foto www.norwegianicons.com)

De industrie vroeg rationele productiemethoden en een van de meest begaafde meubeltekenaars die daaraan voldeed, was Sven Ivar Dysthe (1931). Heel bekend werden zijn stoelen 1001 (1960) en Popcorn (1968). Dysthes meubels werden over de hele wereld verkocht.

Popcorn, dysthe, dysthedesign_1

Popcorn, ontwerp Sven Ivar Dysthe. (Foto www.dysthedesign.no)

Nieuwe materialen

Ook werd in deze jaren volop geëxperimenteerd met materialen. Hout had tot die tijd de meubelindustrie gedomineerd, maar nu verschenen ook meubels van kunststof en metaal, materialen die geschikt waren voor industriële serieproductie. Bendt Winge (1907-1983) ontwierp de kunststof stoel R-49. Omdat deze stoel stapelbaar was, werd hij een geliefd item in cafetaria’s. Deze en andere stoelen in de R-serie worden nog steeds gemaakt.
Bjørn Engø (1920-1981) was wat materiaalgebruik betreft een van de meest radicale Noorse ontwerpers. Hij begon al vroeg (in 1947) staal en aluminium te gebruiken. De stijl waarin hij werkte, werd in Noorwegen wel erg experimenteel gevonden.

Door de toename van de welvaart ontstond er ook belangstelling voor exclusieve materialen. De meubels in palissander en leer van Fredrik Kayser gaan door voor het beste in hun soort uit de jaren vijftig en zestig.

dressoir van rozenhout, kayser, norwegianicons_1

Dressoir van rozenhout, ontwerp Fredrik Kayser. (Foto www.norwegianicons.com)

Ten slotte deed in deze periode ook gelamineerd hout zijn intrede. Hans Brattrud (1933) ontwierp in 1957 zijn Scandia stoelen van gelamineerd multiplex. In de toepassing van gelamineerd hout was Brattrud in Noorwegen een voorloper. Deze technieken deden al in de jaren dertig opgeld in Zweden en Finland, maar beleefden in Noorwegen pas in het midden van de jaren zestig hun doorbraak.

scandia, brattrud, norwegianicons_1

Scandia, ontwerp Hans Brattrud. (Foto www.norwegianicons.com)

Kweekkamer

De grote kweekkamer van het Noorse meubeldesign was de Statens Håndverks- og Kunstindustriskole in Oslo, waar nagenoeg alle vooraanstaande Noorse ontwerpers hun opleiding genoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was men zich hier gaan richten op het ontwerpen van lichte en functionele meubeltypen. Kayser bijvoorbeeld werd zeer beïnvloed door deze lijn. Hij werkte na zijn opleiding enige tijd bij het al eerder genoemde Rastad & Relling, opgericht in Oslo in 1944. Dit bureau nam tot de jaren zeventig evenzeer een centrale plaats in bij de ontwikkeling van het Noorse meubeldesign. Vele getalenteerde designers begonnen hun carrière hier.

Belangrijk waren de uitstekende contacten die Rastad & Relling had met de snel groeiende meubelindustrie in het westen van Noorwegen. Bijvoorbeeld met Gustav Bahus in Os (bij Bergen), die de eerder vermelde stoel Bambi en andere exclusieve meubels van Rastad & Relling in productie nam.

eettafel Rastad & Relling, Gustav Bahus, norwegianicons_1

Eettafel, ontwerp Rastad & Relling, productie Gustav Bahus. (Foto www.norwegianicons.com)

Ook andere fabrikanten speelden een belangrijke rol. Stryn, een plaatsje aan het Nordfjord, werd een centrum van de Noorse meubelindustrie. In 1939 werd hier Stryn Møbelindustrie opgericht en in 1946 Tonning Møbelfabrikk. De laatste produceerde vanaf begin jaren zeventig de meubels van Alf Sture, die al veel langer voor de fabriek tekende. In 2013 gingen de twee meubelfabrieken in Stryn samen als Tonning & Stryn.

Een ander toonaangevend bedrijf is LK Hjelle, opgericht in het begin van de jaren veertig nabij Ålesund aan de westkust. De fabriek werd aan de kust gebouwd vanwege de gunstige transportmogelijkheden. Tot de jaren tachtig werd veel geëxporteerd, ook naar Nederland. De fabriek bestaat nog steeds en verscheidene modellen maken al dertig jaar deel uit van de collectie.

Inspiratie uit Scandinavië en Japan

Voor Noorse ontwerpers was de traditionele meubelmakerij in eigen land een inspiratiebron, evenals het toenmalige moderne design uit Zweden en Denemarken. Torbjørn Afdal (1917-1999) bijvoorbeeld werd sterk beïnvloed door de Deense meubelkunst. Hij had een verfijnd gevoel voor vorm en materialen en ontwikkelde een architecturale stijl. Zo ontwierp hij de multifunctionele bank Krobo (1960) met verrassende gebruiksmogelijkheden. De bank is nog steeds in productie en het hedendaagse designersduo Anderssen & Voll ontwierp er accessoires bij.

FF_Krobo_150_oak_accessories_6_small, fjordfiesta

Krobo, oorspronkelijke ontwerp Torbjørn Afdal, hedendaagse accessoires ontworpen door Anderssen & Voll. (Foto www.fjordfiesta.com)

Behalve de Scandinavische buurlanden deed ook Japan zijn invloed gelden. De warme, natuurlijke en eenvoudige esthetiek uit Japan vormde evenzeer een antwoord op het strakke en koude modernisme van voor de oorlog. De Japanse invloed is bijvoorbeeld terug te zien in de oorspronkelijke inrichting van Kaffefuglen (1963), een café in Oslo dat zich nu onder de naam Fuglen een groot promotor betoont van het Noors design uit het midden van de twintigste eeuw.

Norwegian Icons

Het iconische Noorse design van de jaren vijftig en zestig raakte later in vergetelheid. Net als elders in Europa was een tijd van overvloed aangebroken, zeker voor Noorwegen dat ook nog eens kon profiteren van zijn oliebronnen. De belangstelling voor het eigen design raakte op de achtergrond. Gebruiksvoorwerpen werden uit het buitenland geïmporteerd, waar ze in massaproductie werden gemaakt. Inmiddels zijn er voor het Noors design betere tijden aangebroken. De ‘Norwegian Icons’ uit het midden van de twintigste eeuw maken nu onderdeel uit van een campagne om Noors design op de (wereld)kaart te zetten. Net als de ontwerpers van toen, die beseften dat traditionele technieken betekenis hadden voor nieuw design, verloochent ook de huidige generatie designers zijn wortels dus niet.

Bronnen:
Norsk Biografisk Leksikon
Norsk Kunstnerleksikon
Katie Treggiden, The return of the icons, op www.norwegianarts.org.uk
Katie Treggiden, Probably Danish, op www.norwegianarts.org.uk
www.norwegianicons.com
www.fuglen.com

Keramiek van Inger Waage

Inger Waage was een toonaangevende Noorse keramiste. Ze wordt beschouwd als een van de meest creatieve en innovatieve ontwerpers in het Europa van de jaren vijftig en zestig. Het door haar ontworpen keramiek werd geproduceerd door het Noorse bedrijf Stavangerflint, dat ze daarmee wereldberoemd maakte. Door haar ontworpen en beschilderde objecten werden opgenomen in museumcollecties en particuliere verzamelingen over de hele wereld.

Een leven in Stavanger

Wie Inger Waage zegt, zegt Stavanger. Ze werd als Inger Nielsen op 5 februari 1923 in deze havenstad geboren. Haar vader was meubelmaker en had een eigen zaak. Inger ging eerst naar de Tekenschool in Stavanger en schreef zich in 1943 in bij de Statens Håndverks- og Kunstindustriskole in Oslo, waar ze de keramiekopleiding volgde. Belangstelling voor keramiekkunst was in die tijd voorbehouden aan een kleine elite. Maar in Oslo leerde Inger dat keramiek voor een breder publiek gemaakt zou moeten worden. Die gedachte nam ze mee toen ze drie jaar later terugkeerde naar Stavanger en daar aan de Løkkeveien een eigen keramiekatelier opende. Ze trouwde met Lauritz Waage.

waage_09, Dag Fosse - KODE

Stavangerflint naar een ontwerp van Inger Waage. (Foto Dag Fosse / KODE)

Industriële productie van keramiek

In Stavanger was in 1949 een fabriek opgericht die aardewerk serviesgoed produceerde. Het bedrijf ging in 1952 Stavangerflint heten, naar het merk dat het inmiddels in de markt had gezet. Stavangerflint profiteerde van de groeiende koopkracht in het naoorlogse Noorwegen, waarmee ook de vraag naar huishoudelijke producten toenam. Het bedrijf speelde daarop in met de vervaardiging van diverse producten, variërend van losse gebruiksvoorwerpen tot complete serviezen.

Stavangerflint legde zich in de eerste jaren toe op het maken van wit aardewerk en steengoed, met een drukdecor. De motieven daarvoor kwamen van bekende kunstenaars. Bij het aanbrengen van een drukdecor wordt de afbeelding van een gegraveerde koperen plaat gekopieerd op speciaal papier, dat vervolgens op het keramische voorwerp wordt gelegd en met een doek wordt aangewreven. Het papier wordt met water losgeweekt. Nadat het object is gedroogd, wordt het in de oven gebakken. Door de hitte fixeert de afbeelding op het object.

Gouden greep

Inger Waage ging in 1953 bij Stavangerflint werken. Haar aanstelling was een gouden greep van directeur Trygve Brekke. Ze zou zijn bedrijf wereldberoemd maken. Waage tekende en schilderde een groot aantal decoraties. De door haar ontworpen producten verwierven in en buiten Noorwegen grote populariteit. Het keramiek uit de beginperiode werd bekend onder de verzamelnaam Kunstflint. Eerst werkte Inger alleen, later kreeg ze haar eerste assistent, Liv Egeland. Zo werd de basis gelegd voor de afdeling gebruikskunst van Stavangerflint. Mogelijk kwam directeur Brekke op het idee voor deze afdeling door wat hij in buurlanden zag. Daar werden de in series geproduceerde keramische objecten beschouwd als exclusieve kunstvoorwerpen en getoond op belangrijke tentoonstellingen.

waage_01, bordje Gul hane, Dag Fosse - KODE

Bord Gul Hane. (Foto Dag Fosse / KODE)

Harmonie tussen vorm en kleur

Het vroege werk van Inger Waage betreft decoraties met enkele strepen of bladeren. Haar gekleurde schalen uit de eerste jaren hebben vaak een basiskleur in wit glazuur en decors in rood, groen en okergeel. Karakteristiek voor Kunstflint werden uiteindelijk de heldere kleuren in combinatie met zwart, groen en donkerblauw. Bijzonder was dat het motief de hele kom of schaal in beslag nam. Dat is bijvoorbeeld te zien aan het motief ‘dame met de oorringen’. In de bodem van de driekantige kom werd het gezicht met de hertenogen geplaatst. De oorringen kwamen als decoratieve elementen aan de zijkanten. De mand met appels op haar hoofd kwam op de derde zijde, eveneens aan de binnenkant. Zo ontstond een visuele dieptewerking.

Het motief van de vrouw met de oorringen werd ook op andere voorwerpen gebruikt en steeds bleven vorm en decor perfect met elkaar in harmonie. Als het voor de hoogte zo uitkwam, werd het motief verticaal uitgerekt en horizontaal als het om een breed voorwerp ging. Het vullen van de gehele binnenkant van het voorwerp was een techniek die Waage tot in de finesse beheerste.

Bord Dame med Øreringer. (Foto Dag Fosse / KODE)

Bord Dame med Øreringer. (Foto Dag Fosse / KODE)

Penseelstreken en arbeidsuren

Ze had er succes mee. In 1955 – Waage werkte twee jaar voor Stavangerflint – bestelde een Amerikaanse firma maar liefst 20.000 handbeschilderde schalen. Een geweldige opsteker en het ultieme bewijs dat Waage en Stavangerflint een nieuw publiek hadden aangeboord. De in serie geproduceerde tafelserviezen en decoratieve voorwerpen werden de ruggengraat van Stavangerflint.

waage_08, bordje gul fugl med rød sol, foto Dag Fosse - KODE

Bord Gul fugl med rød sol (Gele vogel met rode zon). (Foto Dag Fosse / KODE)

Het met de hand beschilderen van de objecten was een tijdrovende bezigheid. Elk voorwerp kreeg tussen de 20 tot 60 penseelstreken en dat ook nog in verschillende kleuren. Dat kostte veel arbeidsuren en toen de lonen stegen, was het bedrijfseconomisch niet meer op te brengen om alle objecten uitsluitend handmatig te beschilderen. De directie van Stavangerflint besloot eind jaren vijftig over te stappen op een rationelere productiewijze. De vormen werden vereenvoudigd en het aantal penseelstreken werd teruggebracht.

Uiteindelijk zocht Stavangerflint zijn toevlucht tot ontwerpen die deels in zeefdruk werden uitgevoerd en deels met handmatig schilderwerk. Een van de bekendste motieven van Inger Waage – Bambus in de Flamingo serie uit 1958 – werd op deze wijze vervaardigd. Vissen, citroenen en bladeren vormen het hoofdmotief in combinatie met het gestileerde streepdecor in zwart met geel (de bamboe).

waage_18, Bambus, foto Dag Fosse - KODE

Ovale schaal Bambus. (Foto Dag Fosse / KODE)

Ook voor Opaque uit 1960 – ook wel de ‘Inger serie’ genoemd – werd deze gemengde techniek toegepast. Het streepdecor in zwart werd aangebracht in zeefdruk en de rest van het motief werd met de hand in verschillende blauwtinten geschilderd. Behalve voor de streepdecors kwamen de zeefdrukken ook voor complete kleurmotieven in gebruik.

waage_15, Opaque, foto Dag Fosse - KODE

Deel van de serie Opaque. (Foto Dag Fosse / KODE)

Souvenirs en reclame

Grote bekendheid verwierf Inger Waage ook met haar decors voor souvenirs. Meestal waren dit drie- of vierzijdige schalen waarop ze de bezienswaardigheden van een stad afbeeldde. Ook werden souvenirs in de vorm van kopjes, bekers en asbakken gemaakt. Stavangerflint produceerde eveneens een groot aantal reclameartikelen voor bedrijven, waarvoor onder andere Inger Waage de motieven tekende.

Flowerpower

In 1968 fuseerde Stavangerflint met concurrent Figgjo Fajanse. De vestiging in Stavanger ging als onderdeel van de nieuwe onderneming door. Waage nam enkele jaren later – in 1971 – het ontwerpen van het handbeschilderde Kunstflint weer op. De vervaardiging ervan was in de jaren zestig met de opkomst van de rationelere productietechniek stil komen te liggen. Haar stijl was nu duidelijk beïnvloed door de flowerpower met zijn fleurige, kleurrijke patronen. Ze maakte grote bloemen en bladeren in donkerblauw, helderpaars, groen en aardetinten. Deze motieven vinden we terug op kleinere gebruiksvoorwerpen, zoals theepotten, theekopjes en asbakken – die ontbraken toen nog zelden in huiskamers – en op siervoorwerpen als schalen en vazen. Het door haar ontworpen keramiek werd geproduceerd in beide fabrieken.

waage_14, handbeschilderd, foto Dag Fosse - KODE

De nieuwe generatie Kunstflint. (Foto Dag Fosse / KODE)

In 1979 werd de vestiging in Stavanger gesloten. De volledige productie werd geconcentreerd in Sandnes, waar de Figgjo fabriek stond. Figgjo bestaat nog steeds en is nu een toonaangevend bedrijf in de Noorse keramiekindustrie. Toen de fabriek in Stavanger de poorten sloot, beëindigde Inger Waage haar werkzaamheden voor de onderneming. Ze overleed op 16 december 1995 in Stavanger.

Beeldbepalend ontwerpster

Haar handbeschilderde Kunstflint objecten uit de jaren zeventig zijn nu zeldzaam. Haar stukken uit de jaren vijftig en zestig daarentegen duiken de laatste vijftien jaar steeds vaker op veilingen op en maken steeds hogere prijzen. Antiquairs en kunstverzamelaars rekenen Inger Waage tot de meest vooraanstaande ontwerpers in het Europa van de jaren vijftig en zestig. Het keramiek uit Scandinavië, waaronder dat van Inger Waage, inspireerde toenmalige Britse ontwerpers. Een aantal serviezen en individuele objecten van Inger Waage zijn opgenomen in museumcollecties. Zo bevindt een exemplaar van het Bambus servies zich in de collectie van het Nasjonalmuseet for kunst, arkitektur og design in Oslo. Ook in particuliere verzamelingen in onder meer de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Japan, Denemarken en Noorwegen bevindt zich werk van Inger Waage. Met haar grote productie en haar enorme dosis creativiteit heeft zij in de jaren vijftig en zestig een groot stempel gedrukt op de ontwikkeling van de keramiekkunst, niet alleen in Noorwegen, maar in heel Europa en de Verenigde Staten.

Bronnen
www.stavangerflint.gratisnettside.no
Mats Linder, Inger Waage, en fargeklatt i Norsk design, in: Samler & Antikbørsen 18 (2011) 6, 39-47.

Noors design gaat de wereld veroveren

Als het aan de Noren ligt, staat het Noors design aan het begin van zijn internationale opmars. Als het aan ons ligt ook trouwens, want er gebeuren veelbelovende en spannende dingen in dit noordelijke land.

Milaan

Decennialang werd Noorwegen overvleugeld door zijn buurlanden Denemarken en Zweden waar het gaat om modern design. Nu is er een bewustzijn ontwaakt dat ook Noorse designers de wereld veel te bieden hebben. Sinds 2003 presenteren de Noren zich al op het London Design Festival onder het motto ‘100% Norway’. Dit voorjaar klonk het Noorse geluid door tot in Milaan, waar het design onder de noemer ´Norwegian Presence´ werd gepresenteerd op de prestigieuze Salone del Mobile.

Prop up door Vera & Kyte. (foto norwegianpresence.no)

Prop up door Vera & Kyte. (Foto norwegianpresence.no)

Stijl

Net als het andere Scandinavische design is het Noorse functionalistisch, pragmatisch en duurzaam. Maar het onderscheidt zich door zijn meer speelse, kleurrijke en poëtische karakter. Soms mysterieus en misschien wel een tikkeltje provocerend hier en daar. Noorse designers hebben een sterk ontwikkeld gevoel voor vorm en een grote liefde voor robuuste materialen als hout, metaal, glas, keramiek en wol. Opvallend in dat opzicht waren in Milaan de ontwerpen in larvikite, een gesteente dat in de omgeving van Larvik – aan de Noorse zuidkust – wordt gewonnen. Het is een stollingsgesteente dat zijn aantrekkelijkheid vooral ontleent aan de veldspaatkristallen die erin voorkomen. Het designduo günzler.polmar ontwierp de Larvik Serie met eerlijke, eenvoudige en zuivere vormen, bestaande uit twee kaarsenstandaards, twee muurhaken en een smalle plank voor aan de wand.

Larvik serie door günzler.polmar

Larvik serie door günzler.polmar. (Foto norwegianpresence.no)

Het duo Thomas Jenkins en Sverre Uhnger Larvikite paste larvikite ook toe in de tafel As Long As You Like, waarin het werd gecombineerd met massief essen- en eikenhout.

As Long As You Like door Thomas Jenkins en Sverre Uhnger

As Long As You Like door Thomas Jenkins en Sverre Uhnger. (Foto norwegianpresence.no)

Natuur als inspiratiebron

Noorse ontwerpers halen hun inspiratie op de eerste plaats uit de Noorse natuur: de ruige fjorden- en berglandschappen en de ogenschijnlijk nooit eindigende kustlijn. Designstudio Kneip onderzocht met Weathered de natuurkrachten. Vijf sculpturen bevatten sporen van de elementen, zoals vochtigheid, wind en beweging.

Weathered door Kneip (foto norwegianpresence.no)

Weathered door Kneip. (Foto norwegianpresence.no)

De Glass Stones van Kari Mølstad komen voort uit Mølstads fascinatie voor het verzamelen van kleine objecten in de natuur, zoals stenen en schelpen. Ze wordt geïnspireerd door de veranderende natuur, haar omgeving en door het materiaal zelf, waarmee ze graag experimenteert. Zo speelt ze met organische vormen en onderzoekt ze het samenspel van kleuren.

Glass Stones door Kari Mølstad (norwegianpresence.no)

Glass Stones door Kari Mølstad. (Foto norwegianpresence.no)

Margit Seland, van Noorse afkomst en met een atelier in Amsterdam, liet zich voor haar serie Tide inspireren door eb en vloed, de continue verandering van water, de lijnen in een landschap en de lucht.

Tide door Margit Seland. (foto norwegianpresence.no)

Tide door Margit Seland. (Foto norwegianpresence.no)

Iconen

In Noors design klinkt ook de sterke traditie door die de Noren hebben in meubel- en productdesign. Noren leverden een belangrijke bijdrage aan het iconische Scandinavisch design uit het midden van de 20ste eeuw. Ze verdienden ook toen al hun sporen met de productie van uitzonderlijk, kwalitatief hoogwaardig interieurdesign. Een voorbeeld uit die tijd dat we allemaal kennen: Tripp Trapp, de hoge kinderstoel van beukenhout. Wereldwijd een groot succes, er werden meer dan 9 miljoen exemplaren van verkocht. De Noor Peter Opsvik ontwierp de stoel en het Noorse bedrijf Stokke nam hem in 1972 in productie. Opsvik ontwierp overigens nog meer meubilair in dezelfde functionalistische stijl. Zie daarvoor het overzicht op zijn website.

Kristine Five Melvær plaatst zich in de traditie van iconisch productdesign met Mikkel, haar ontwerp voor een serie dekens, die gebaseerd is op de Bauhaus beweging en de Noorse traditie in wolfabricage. De Noorse dekenfabrikant Røros Tweed heeft Mikkel in productie genomen.

Mikkel, design door Kristine Five Melvær. (foto norwegianpresence.no)

Mikkel, design door Kristine Five Melvær. (Foto norwegianpresence.no)

Handwerk

Ook klinkt in het huidige Noors design een grote waardering door voor het handgemaakte. Terwijl het op een wisse dood leek af te stevenen, werd het handwerk opnieuw ontdekt door ontwerpers van eigentijds design. In Noorwegen is de passie voor het levend houden van tradities in het algemeen zeer groot en dat uit zich ook in de liefde voor het handgemaakte en duurzame product. De vele ambachtelijk werkende glasblazers die Noorwegen rijk is, zijn daarvan het sprekende voorbeeld. Sommigen onder hen weten hun ambacht tot grote hoogte te stuwen.

Dew en Else, designs door Kristine Five Melvær. (foto norwegianpresence.no)

Dew en Else, designs door Kristine Five Melvær. (Foto norwegianpresence.no)

Het toonaangevende Magnor Glassverk werkt samen met Noorse designers van naam, zoals Kristine Five Melvær en Kristine Bjaadal, die respectievelijk Dew, Else, Seasons (Melvær) en Hold (Bjaadal) ontwierpen. Al deze producten worden mondgeblazen in het atelier van Magnor.

Hold, design door Kristine Bjaadal. (norwegianpresence.no)

Hold, design door Kristine Bjaadal. (Foto norwegianpresence.no)

De natuur, een goed gevoel voor de betekenis van handwerk en eerdere hoogtepunten in het Noors design leiden vandaag de dag tot creatieve, innovatieve en zeker ook verrassende ontwerpen van Noorse designers. Daar gaan we ongetwijfeld nog veel van horen.

Meer informatie over ‘Norwegian Presence’ in Milaan? Kijk op www.norwegianpresence.no.
Meer informatie over ‘100% Norway’ in Londen? Kijk op www.100percentnorway.com.
In onze online boetiek vindt u behalve een aantal van de genoemde producten nog meer informatie over designers, merken en producten.