Een bouwpakket uit Noorwegen

Als we in de duinen bij Domburg wandelen, wil ik er altijd even gaan kijken. Een beetje verscholen liggen daar enkele huizen die merkwaardig aandoen in het Walcherse dorp. Op die plek waan je je een klein beetje in Noorwegen. Aan de daken steken drakenkoppen uit, een verwijzing – lijkt het – naar de Vikingtijd. Maar zo oud zijn deze huizen bij lange na niet. Het noordelijke herkomstgebied klopt wel. Hoe komt Noorse architectuur in Domburg terecht?

Strandholm, een van de Noorse huizen in de duinen van Domburg.

Strandholm, een van de Noorse huizen in de duinen van Domburg.

Drakenstijl

De huizen in Domburg zijn helemaal van hout en vormgegeven volgens de principes van de drakenstijl, een neoromantische stijl die in Noorwegen tussen ongeveer 1890 en 1920 hoogtij vierde. Deze stijl was een nationale variant van wat in Noorwegen de Sveitserstil werd genoemd en die zijn inspiratie vond in de Zwitserse chalets. De Noren – op zoek naar een culturele onderbouwing van hun nog jonge natiestaat – ontwikkelden een eigen variant.

Noorse platteland

De traditionele plattelandsarchitectuur in Noorwegen vormde het uitgangspunt. Die kenmerkte zich al sinds de middeleeuwen door drie elementen: de loft, stue en stav-kirken. De loft (of stabbur) is de typisch Noorse voorraadschuur op het boerenerf. De stue is het woonhuis van de boerderij, met dikke horizontale wandsystemen (logs). De Noorse huizen in drakenstijl ontleenden er hun bouwvolume en wandsysteem aan. Daaraan werden houten ornamenten met drakenmotieven toegevoegd zoals we die kennen van de stav-kirken. Zo ontstond een typische Noorse drakenstijl.

De staafkerk uit Gol en een loft, naast elkaar, in het Norsk Folkemuseum in Oslo.

De staafkerk uit Gol en een loft, naast elkaar, in het Norsk Folkemuseum in Oslo.

Over de hele wereld

Keizer Wilhelm II, die graag in Noorwegen kwam, liet in het zuiden van Duitsland een groot jachthuis bouwen in deze stijl. Dat vond navolging onder de Europese adel en rijke burgerij en ook elders in de wereld werden gebouwen opgetrokken in de drakenstijl. Woonhuizen in Zuid-Afrika bijvoorbeeld en strandpaviljoens op Haïti. De buitenhuizen en jachthuizen van Nederlanders treffen we vooral aan in gebieden waar de welgestelden rond 1900 graag buiten vertoefden: op de Veluwe en aan de kust.

Uit een catalogus

Een dergelijk buitenhuis kon tegen relatief lage kosten en in sneltreinvaart worden gerealiseerd. De huizen hoefden namelijk niet balk voor balk te worden opgebouwd, maar werden als bouwpakketten geleverd. Belangstellenden konden de ‘complet færdige Huse’ uit een catalogus bestellen. De prefab woningen werden vanaf 1895 seriematig geproduceerd. Dat gebeurde in de Strømmen Trævarefabrik, een houtzagerij en timmerfabriek in Strømmen (tegenwoordig Skedsmo), ten oosten van Oslo. Grote machines in de fabriek zaagden het hout, waarna de huizen in een enorme fabriekshal in elkaar werden gezet om te drogen. Nadat alle onderdelen waren genummerd, werden ze weer uit elkaar gehaald om als bouwpakket verscheept te worden.

Geen spijkers nodig

Voor de aannemer die was belast met het in elkaar zetten van deze grote Lego doos, was het uitzoeken van de verschillende onderdelen nog het meeste werk. Had hij eenmaal alle wandsystemen (logs) op orde, dan stond het casco binnen drie dagen overeind. Zonder een spijker in het hout te slaan, want alles paste met overkepingen, zwaluwstaarten, deuvels en andere houtverbindingen perfect in elkaar. Het geheel werd op een bakstenen fundament geplaatst, dat boven de grond uitstak om houtrot en ander ongerief te voorkomen.

Zeldzaam

Ondanks deze voorzorgsmaatregelen waren de houten woningen kwetsbaar. Voor brand bijvoorbeeld, die in korte tijd desastreus kon zijn. Maar de huizen waren ook vatbaar voor slecht onderhoud en aantasting door ongedierte of zwammen. Vele vielen daaraan ten prooi. Ook oorlogsgeweld aan het eind van de Tweede Wereldoorlog richtte veel schade aan. Inmiddels zijn huizen in drakenstijl dan ook zeldzaam geworden. In heel Nederland staan er nog zo’n 25.

Norsk Hjem

Drie daarvan dus in de duinen bij Domburg: Strandholm, De Bruinvis en Zeebosch. In het begin van de 20ste eeuw waren bij Domburg meer van dergelijke huizen opgetrokken. Zo was er de villa Norsk Hjem (‘Noors thuis’), gebouwd in opdracht van de industrieel Joseph Alexander van Woringen. Norsk Hjem en een aantal andere huizen zijn hoogstwaarschijnlijk verwoest bij de bevrijding van Walcheren aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.

Overigens kwam een kleine tien jaar later weer een ander type Noorse prefab woningen in Zeeland terecht. Koning Haakon VII van Noorwegen schonk deze houten huizen aan slachtoffers van de watersnoodramp van 1953.

Bronnen:
Johan Doornenbal, Noorse boederettes in het Nederlandse landschap, in: Heemschut, juni 2000, blz. 31-33.
Berit Sens, Aan zee in Zeeland, in: Monumenten van een nieuwe tijd; architectuur en stedebouw 1850-1940, Jaarboek Monumentenzorg 1994, blz. 120-129.

Advertenties