Traditionele kerstgerechten uit Noorwegen

Geen Noorse kerst zonder lekker en overvloedig eten en drinken. Bij veel Noren verschijnen deze dagen een aantal traditionele gerechten op tafel. De hoofdbestanddelen ervan komen uit de eigen omgeving (veel varkens- en lamsvlees, veel kool en aardappelen, salades ontbreken). Daaraan zijn ‘exotische’ producten toegevoegd: specerijen die in de zeventiende eeuw door met name Nederlandse handelaren in Noorwegen werden geïntroduceerd.

Ribbe, pinnekjøtt en lutefisk

Op het menu van een Noors kerstdiner prijkt varkensvlees of lamsvlees. En aangezien de kersttijd zich voor veel Noren over een flink aantal dagen uitstrekt, komen beide soorten vlees in deze periode minstens eenmaal voorbij. In het noorden van Noorwegen wordt met kerst ook wel verse kabeljauw gegeten. En in het algemeen doen ook forel en zalm het in deze periode goed. Kalkoen vindt veelal op Nieuwjaarsdag zijn weg naar de Noorse eettafels.

ribbe, foto AnneCN, cc by 2.0

Ribbe. (Foto AnneCN, CC-BY 2.0)

Tot de populairste traditionele Noorse kerstgerechten behoort allereerst ribbe: geroosterd varkensribstuk, vaak met worst daarbij en appels en pruimen. De kunst is om de korst lekker knapperig te krijgen. Ribbe wordt gegeten met aardappelen, zuurkool of rode kool en een saus van tyttebær (vossenbessen) of cranberries (veenbessen).

Een tweede gerecht is pinnekjøtt (letterlijk: stokjesvlees). Hoofdbestanddeel zijn gezouten en gedroogde lamsribben, die in een pan met berkentakjes op de bodem in zo’n drie uur gaar stomen. De berkentakjes geven het vlees een lichtzoete, mintachtige smaak. Pinnekjøtt wordt geserveerd met rotmos, een puree van koolraap, aardappelen en wortelen. Daarbij dan nog een paar gekookte aardappelen en een flinke hoeveelheid mosterd.

Een derde kerstgerecht is lutefisk. Dat is stokvis die eerst in water is geweekt en daarna in een oplossing van water en loog is gelegd. De substantie moet vervolgens weer eetbaar worden gemaakt door de vis daarna weer vier tot zes dagen in koud water te weken. De meningen over dit gerecht zijn verdeeld. Mensen houden ervan, anderen haten het. Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Lutefisk wordt gegeten met aardappelen, erwten en veel bacon, en kent tal van regionale varianten.

Tot de vleesgerechten met kerst behoren ook de julepølser. Deze worsten van varkensvlees worden op smaak gebracht met kruidnagelen, mosterdzaad, gember en nootmuskaat. Ze worden gegeten bij de ribbe. Soms ook apart met aardappelpuree of gekookte aardappelen, rode of groene kool en jus.

Risgrøt

Een veel gegeten kerstdessert is risgrøt. De met suiker en kaneel besprenkelde rijstepap wordt ook in andere weekends gegeten, maar met kerst krijgt hij iets bijzonders. Dan gaat er namelijk één amandel in de pap. Degene die de amandel in zijn bord aantreft, krijgt een prijs, vaak een stuk marsepein. Omdat rijst een duur importproduct was, bleef het bereiden en eten ervan lange tijd voorbehouden aan welgestelden. Noren die het minder breed hadden, aten pap die van gerst, haver en rogge was gemaakt.

Naast risgrøt kennen de Noren riskrem: rijst, gekookt in melk met suiker en – na te zijn afgekoeld – door room geschept. Daaroverheen gaat een heldere frambozensaus. Een ander populair dessert in de kersttijd is multekrem: room met moltebær, een gele bessensoort. En ook caramelpudding behoort tot de populaire kersttoetjes.

Koek en gebak

Op de Noorse kersttafels prijken ook allerhande soorten brood, koek en gebak. Julebrød en julekake zijn respectievelijk brood en koek met rozijnen, sinaasappelschil, gekonfijte vruchtjes en kardemom.

kransekake, foto Elaine Ashton, cc by nd 2.0

Kransekake. (Foto Elaine Ashton, CC-BY-ND-2.0)

Bij een feestdag in Noorwegen hoort ook de kransekake, een piramidevormige cake die bestaat uit – meestal achttien – op elkaar gestapelde ringen van amandeldeeg. Suikerglazuur houdt de verschillende lagen bij elkaar. De amandelmassa heeft een wat grovere structuur dan marsepein. Aan het deeg kunnen diverse smaken worden toegevoegd, abrikoos bijvoorbeeld. Van het deeg worden ringen gedraaid en deze worden na te zijn gebakken – steeds kleiner – op elkaar gestapeld. De toren wordt versierd met marsepeinen figuurtjes, lollies, vlaggetjes en met kerst gaat er een ster bovenop. De kransekake is in meerdere opzichten het hoogtepunt van het kerstgebak.

pepperkaker, foto lutramania, cc by sa 2.0

Pepperkaker. (Foto Lutramania, CC-BY-SA-2.0)

Pepperkaker

Niet weg te denken uit de Noorse kerst zijn de pepperkaker die voor deze gelegenheid worden versierd met glazuur. In het deeg voor de pepperkaker gaan verschillende specerijen: kruidnagel, peper, kaneel en gedroogde gember. De pepperkaker worden ook in de kerstboom gehangen of voor het raam. Ze zijn er in alle soorten en maten en de variatie in versiering is eindeloos. Nauw verbonden met kerst is ook het maken van een pepperkakehus, een huisje van pepperkakedeeg.

Gingerbread house, foto Martin Alleus, cc-by-sa-2.0

Pepperkakehus, met als tekst: Goede Kerst. (Foto Martin Alleus, CC-BY-SA-2.0)

Zeven soorten kerstkoekjes

Het blijft niet bij de pepperkaker. De Noren serveren ook andere kerstkoekjes. De traditie wil dat dit zeven verschillende soorten moeten zijn. Iedereen maakt uit het assortiment zijn eigen keus. Uit een onderzoek van de krant Aftenposten uit 1992 kwamen de volgende zeven als populairste uit de bus: smultringer (soort donuts), sandkaker (zandkoekjes), sirupssnipper (siroopkoekjes), goro (wafeltjes), krumkaker (wafelhoorntjes), fattigmann (‘arme man’, die zijn naam bepaald geen eer aandoet met ingrediënten als room, cognac en specerijen) en ten slotte Berlinerkranser (Berlinerkransjes). Maar ook andere koekjes, zoals kokosmakronen en julestjerner, boterkoekjes gedecoreerd met gehakte amandelen, komen in aanmerking voor het kerstbanket. Grofweg zijn de kerstkoekjes in drie soorten te verdelen: gebakken in een ijzer, gebakken in vet en gebakken in een oven. Wie voldoende tijd heeft, bakt ze allemaal zelf.

julekaker, foto Statsministerens kontor, 2009, cc by nd 2.0

Tafel met kerstkoekjes. (Foto Statsministerenskontor, 2009, CC-BY-ND-2.0)

Dranken

Bij een Noors kerstfeest horen ook speciale dranken. Net als in Nederland wordt chocolademelk als een typisch winterse drank beschouwd. In de winkels is Julebrus te koop, een helderrode frisdrank met frambozenaroma. Ook zijn er allerlei soorten speciaal gebrouwen kerstbier – donker bier – met bijpassende feestelijke etiketten.

gløgg, foto Lemsipmatt, cc by sa 2.0

Gløgg. (Foto Lemsipmatt, CC-BY-SA-2.0)

De Noorse glühwein heet gløgg, een gearomatiseerde wijn met bijvoorbeeld kruidnagel , kardemom en kaneel. Aan de rode wijn kunnen aquavit (of cognac of wodka) en port worden toegevoegd. De drank wordt warm geserveerd met amandelen en rozijnen. Oorspronkelijk werd deze drank gemaakt van restjes wijn, waaraan specerijen en honing werden toegevoegd. In de negentiende eeuw werd het een echte kerstdrank toen het fabriekmatig werd geproduceerd en in flessen met kerstetiketten in de winkels terechtkwam. Gløgg is een drank die goed samengaat met risgrøt.

Bij de warme maaltijden en als aperitief wordt ook aquavit gedronken, een gedistilleerde drank waaraan kruiden en specerijen zijn toegevoegd als karwijzaad, anijs, dille, venkel en koriander.

Alles bij elkaar blijken de Noren een rijke culinaire traditie rond kerst te hebben, die bovendien sterk beïnvloed is door de handelsrelaties die eeuwen geleden met Nederland bestonden. En nu maar tafelen. Velbekomme!

Bronnen

Artikel over gløgg op www.npr.org
Op de website thornews.com zijn diverse verhalen te vinden over kerstgerechten, bijvoorbeeld over de zeven soorten kerstkoekjes, rijstepap en kerstbrood.
Op de website mylittlenorway.com staan veel verhalen over Noorse kersttradities en -gerechten. 

Behalve deze traditionele gerechten maken de Noren natuurlijk ook andere kerstgerechten. Inspiratie en recepten kun je – als je Noors kunt lezen – opdoen op: matprat.no

Advertenties

Noorse kersttradities

Of het nu kleurige papieren kerstmandjes zijn, de kerstboom die twee dagen voor kerst zingend wordt binnengehaald of de overvloedige hoeveelheid eten die op de kersttafel prijkt, ze dragen allemaal bij aan het welslagen van de juletid (kersttijd) in Noorwegen. Ook Nederlanders weten gewoonlijk goed kerst te vieren, maar Noorwegen lijkt nog rijker aan kersttradities. Hoe ziet een traditioneel Noors kerstfeest eruit? En wat zegt dat over de cultuur en mentaliteit van de Noren? Waarbij we overigens meteen aantekenen dat er ongetwijfeld heel wat Noren zijn die niet aan alle tradities meer gehoor geven.

Het grote aftellen

De aanloop naar kerst begint ergens in november. Op veel plaatsen in Noorwegen ligt dan al sneeuw en in het noorden zijn de dagen kort. In deze tijd organiseren bedrijven, kerken, scholen en verenigingen de eerste feestelijke kerstbijeenkomsten. Aan het eind van november wordt in de steden de kerstverlichting ontstoken, hetgeen veelal met het nodige ceremonieel gepaard gaat.

Kerst in de Storgata in Drøbak, 2012. (Foto Frogn Kommune, CC BY SA 2.0)

Kerst in de Storgata in Drøbak, 2012. (Foto Frogn Kommune, CC BY SA 2.0)

Als dan vier zondagen voor kerst de Adventstijd aanvangt, begint het grote aftellen met Adventkalenders en de vier Adventkaarsen, waarvan er elke zondag één meer wordt aangestoken. Vaak worden op eerste Advent de lichtjes ontstoken in de grote kerstboom op de centrale pleinen in de steden. In sommige steden verzamelen de bewoners zich dan op het plein, dansen ze hand in hand in een wijde kring om de boom en zingen ze daarbij liedjes. Een tafereel dat wij ons in Nederland niet kunnen voorstellen. Het is een uiting van een gevoel deel uit te maken van een gemeenschap. Deze tijd is ook de tijd van de kerstconcerten en de viering van Luciadagen (Sint-Luciadag) op 13 december.

Nissefest

Voor de jonge kinderen is er in deze weken op scholen het nissefest, een feest met een hoofdrol voor de kabouter die in de Noorse volkscultuur een belangrijke plaats inneemt. De kinderen gaan gekleed in rood met witte pakjes, dansen rond de kerstboom en zingen liedjes om de julenisse (letterlijk: kerstkabouter) te vragen binnen te komen. En die heeft natuurlijk een zak met traktaties bij zich: chocolade, mandarijntjes, noten of kleine cadeautjes.

Julenisse op een kerstmarkt in Øvrebyen (Kongsvinger), 2009. (Foto Kongsvinger kommune)

Julenisse op een kerstmarkt in Øvrebyen (Kongsvinger), 2009. (Foto Kongsvinger kommune)

Zelfgemaakte decoraties

In de weken voorafgaand aan kerst zoeken familieleden, buurt- en dorpsbewoners elkaar op om kerstdecoraties te maken. Zelden ontbreken daarbij de julekurver (kerstmandjes), kleine mandjes in de vorm van een hartje gemaakt van ingenieus geweven strookjes papier. Maar ook zelfgemaakte slingers, kaarten, beschilderde dennenappels, boomdecoraties, kremmerhus (tot hoorntjes gevouwen papier om snoep in te doen) en van wol en vilt gemaakte julenissen zijn niet weg te denken uit Noorse huizen in kerstsfeer. Het in gezins- of buurtverband maken van kerstdecoraties bevestigt opnieuw de gemeenschappelijke band en met alle tijd en moeite die ermee gepaard gaan, laat het ook zien hoeveel betekenis aan het vieren van kerst wordt gehecht. Het zijn de kleine dingen die ’t ‘m doen: de kaarsjes op tafel, de lichtjes bij de voordeur, de zelfgemaakte decoraties.

Kerstversiering hoort in Noorwegen eigenlijk met de hand gemaakt te zijn. Wie daarvoor geen tijd heeft, kan terecht in de winkels, waar een overvloed aan fabrieksmatig vervaardigde decoraties wordt verkocht met een homemade look. Waren rood en wit vroeger de kerstkleuren bij uitstek, die voorkeur is aan het verschuiven naar meer natuurlijke tinten bruin en grijs, onder invloed van de aan populariteit winnende landelijke interieurstijl. Ook is er een voorkeur voor natuurlijke materialen zoals stro, vilt, berkentakken en -bast. Rendieren, engelen en harten zijn de favoriete af te beelden figuren, naast traditionele borduur- en breimotieven. De rustieke patronen en ruige, natuurlijke materialen worden gecombineerd met het fijnste linnen tafellaken, delicate kristallen glazen en het allermooiste porseleinen tafelservies. Een Noorse kerst is er een van discrete luxe, zoals een in Noorwegen wonende Australische waarneemt.

Julebukk, een van de oudste Scandinavische kersttradities. Hij was aanvankelijk de geest van de winternachten die kwam inspecteren of alle voorbereidingen voor de kerst goed getroffen waren. In de negentiende eeuw ontwikkelde hij zich tot de brenger van cadeautjes, de voorloper van Santa Claus. (Foto Nenyaki, CC BY ND 2.0)

Julebukk, een van de oudste Scandinavische kersttradities. Hij was aanvankelijk de geest van de winternachten die kwam inspecteren of alle voorbereidingen voor de kerst goed getroffen waren. In de negentiende eeuw ontwikkelde hij zich tot de brenger van cadeautjes, de voorloper van Santa Claus. Nu is hij voornamelijk nog als kerstdecoratie te zien. (Foto Nenyaki, CC BY ND 2.0)

Kerstavonden

De avond van 23 december is lille julaften (kleine kerstavond). Dit is traditioneel de avond waarop de kerstboom wordt binnengehaald en versierd. De slingers, ballen, klokjes en de zelfgemaakte decoraties krijgen een plekje, evenals de verlichting. En in veel Noorse kerstbomen ontbreken Noorse vlaggetjes niet. De feestelijkheden gaan gepaard met het drinken van chocolademelk en het eten van speciaal gebakken kerstkoekjes.

Noorse vlaggetjes in de kerstboom. (Foto How I See Life, CC BY 2.0)

Noorse vlaggetjes in de kerstboom. (Foto How I See Life, CC BY ND 2.0)

Een dag later, op 24 december, begint het echte kerstfeest. Om vier uur ’s middags luiden de kerkklokken voor de eerste kerstdiensten. En daarna begint thuis voor de meeste Noren julaften (kerstavond). Eerst wordt een kerstmaaltijd genuttigd, daarna volgt een feest vergelijkbaar met de Nederlandse pakjesavond, waarbij liedjes worden gezongen en de julenisse volgens traditie cadeautjes brengt. Die stelt de onvermijdelijke vraag of er in het huis brave kinderen wonen. De overeenkomst met ons sinterklaasfeest is frappant. Beide zijn feesten van huiselijke gezelligheid.

Kerstdagen

Dat geldt ook voor eerste kerstdag, een dag die – met in het begin desgewenst een kerkdienst – veelal in gezelschap van familie en vrienden wordt doorgebracht en waarop spijzen en dranken rijkelijk vloeien. Tweede kerstdag wordt in gezinsverband besteed. Op beide kerstdagen gaat overigens overal de Noorse vlag in top.

Na tweede kerstdag gaat romjul in, de rustige periode tussen kerst en oud en nieuw. Voor veel Noren is dat een vakantieperiode die ze zo mogelijk in de buitenlucht doorbrengen met skiën en sleeën en barbecueën in de sneeuw. In de kersttijd gaan verklede kinderen – en soms ook volwassenen – huizen langs om bij de voordeur kerstliedjes te zingen en cadeautjes te geven en te krijgen.

Kerstboom met cadeautjes. (Foto Merete Velan, CC BY SA 2.0)

Kerstboom met cadeautjes. (Foto Merete Velan, CC BY SA 2.0)

De Noren doen er veel langer over dan de Nederlanders om de kerstsfeer achter zich te laten. Is het in Nederland een goed gebruik om de kerstboom uiterlijk met Driekoningen (6 januari) de deur uit te doen, in Noorwegen staat de boom tot twintig dagen na eerste kerst, dus tot 13 januari. Dan wordt de kerstversiering weggehaald en de boom van zijn decoraties ontdaan, in mootjes gehakt en in het haardvuur opgebrand.

Thuis en samen

In de manier waarop de Noren traditioneel het kerstfeest vieren, zien we hoe belangrijk het huiselijke aspect en het samenzijn met buurt- of dorpsgenoten in de Noorse cultuur is. Noren beseffen tot een gemeenschap te behoren en hebben tradities om dat besef te schragen. Ook met kerst. De verbondenheid met de familie en buurt- of dorpsgemeenschap komt tot uitdrukking in de gezamenlijke voorbereidingen, de publieke festiviteiten rond het ontsteken van de lichtjes en het zingend langs de deuren gaan. Het feest zelf vieren de Noren in de beslotenheid van hun familie. Het huis wordt met veel omhaal in kerstsfeer gebracht.  En er wordt veel tijd en aandacht besteed aan het bereiden van eten en drinken. Daarover volgende week in een nieuwe blog.

In het Noors zeggen we alvast: God jul!

Bronnen
Arnhild Knight, Heritage of home: traditions and recipes of a Norwegian Christmas, 2012.
http://www.mylittlenorway.com besteedt veel aandacht aan Noorse kersttradities.

 

Noorse kerstbomen voor vrede en vriendschap

In Gouda prijkt hij straks weer in al zijn pracht op de Markt. De kerstboom uit het Noorse Kongsberg. Ook andere steden in Nederland en Europa ontvangen elk jaar een kerstboom uit Noorwegen. Waar komt die traditie vandaan? En wat willen de Noren ermee zeggen?

Oorlog

Noorwegen begon na de Tweede Wereldoorlog met het schenken van kerstbomen aan andere landen waarmee het vriendschappelijke betrekkingen onderhield. Het land was toen nog een jonge natie. Als autonome staat bestond het pas sinds 1905. Dankzij een neutraliteitspolitiek was het buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven en datzelfde streefden de Noren na toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Tevergeefs, de Duitsers bezetten het land. De koninklijke familie en regering weken uit naar Engeland. Ook de Noorse vloot werd in Engelse havens ondergebracht. Na de oorlog leken de Noren aanvankelijk weer voor een neutraliteitspolitiek te kiezen. Enigszins aarzelend aanvaardden ze de Marshallhulp. Maar weldra zette Noorwegen de eerste stappen naar de vorming van een militair bondgenootschap. Met de Scandinavische landen mislukte dat, maar Noorwegen was in 1949 een van de eerste landen die toetraden tot de NAVO. En de Noor Trygve Lie was sinds 1945 de eerste secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Voorbereidingen in de bossen bij Oslo voor het omzagen van de boom die als geschenk naar Londen zal afreizen. (Foto Oslo kommune/Sturlason)

Voorbereidingen in de bossen bij Oslo voor het omzagen van de boom die als geschenk naar Londen zal afreizen. (Foto Oslo kommune/Sturlason)

Symbool van hoop

In deze jaren stuurde Noorwegen de eerste kerstbomen naar buitenlandse steden. In 1947 ging voor het eerst een Noorse fijnspar naar Londen, als dank voor de hulp tijdens de oorlog. Rotterdam viel in 1951 de eer te beurt. Oslo schonk Rotterdam een grote spar om hoop en steun te geven bij de wederopbouw van de stad, die in de oorlog zwaar getroffen was. Ook andere steden in Europa en de Verenigde Staten ontvingen eenzelfde geschenk. Een gebaar van hoop en vriendschap naar andere landen die – net na de Tweede Wereldoorlog – de betekenis van vrede, vrijheid en internationale solidariteit opnieuw aan het definiëren waren. En Noorwegen zelf benadrukte daarmee zijn nieuwe rol op het wereldtoneel.

Allengs raakte het verband met de oorlog op de achtergrond. Het uitdelen van de kerstbomen werd meer in het algemeen een uiting van vriendschap met andere landen en steden. Dat paste bij het kerstfeest dat zich in de twintigste eeuw in de westerse wereld ontwikkelde tot een feest van vrede en solidariteit.

trafalgar tree oslo, 19-11-2014, foto Oslo kommune, Sturlason

De boom voor Londen is door de burgemeesters van Oslo en Westminster omgezaagd en wordt onder het toeziend oog van schoolkinderen op een vrachtauto geladen. (Foto Oslo kommune/Sturlason)

Iele bomen uit Trondheim

Jarenlang ontving ook Amsterdam een kerstboom uit Noorwegen. De boom werd geplaatst voor het Paleis op de Dam. De stad Trondheim bood de boom voor het eerst in 1963 aan, als dank voor de vriendelijke wijze waarop Amsterdam het jeugdorkest Bispenhaugen uit Trondheim had ontvangen. Zo’n honderd jongens en meisjes waren eerder dat jaar voor een optreden naar Amsterdam gereisd, maar er was verzuimd onderdak voor hen te regelen. Alle hotels zaten vol, maar de gemeente regelde in allerijl toch slaapplaatsen. Jaar na jaar kwam er vanuit Trondheim een spar richting Amsterdam. Maar gaandeweg leek het wel of de gulle gevers wat minder nauw keken bij het uitzoeken van de boom. Die werd naar de mening van de Amsterdammers steeds lelijker. En toegegeven, uit foto’s blijkt dat ze niet helemaal ongelijk hadden. Het exemplaar van 1992 had zulke iele takken dat er geen lampjes in konden en dat uit 1999 leverde alleen in gezelschap van zes andere bomen nog een beetje volle aanblik. In het jaar 2000, toen de Dam toch al op de schop ging, gaf het Amsterdamse gemeentebestuur aan Trondheim te kennen geen nieuwe boom meer te willen ontvangen. Tegenwoordig komt de kerstboom op de Dam uit de Ardennen.

Vriendschapsbanden

De teleurstellende ervaring van de Amsterdammers daargelaten bezegelden de Noorse kerstbomen de vriendschapsbanden met andere landen en steden. Dat deden ook de jumelages (stedenbanden), die na de Tweede Wereldoorlog werden aangegaan. Ze waren gebaseerd op het idee dat toenadering en samenwerking tussen landen noodzakelijk zijn om de vrede te bewaren. Geen wonder dus dat de twee Nederlandse gemeenten die een jumelage met een Noorse stad hebben elk jaar een kerstboom uit Noorwegen ontvangen.

Gouda, 2007, foto Raymond Bosma, CC BY-ND 2.0

De kerstboom uit Kongsberg voor het stadhuis op de Markt in Gouda. (Foto Raymond Bosma, CC BY-ND 2.0)

Gouda en Kongsberg zijn sinds 1956 zustersteden en de Noorse stad levert sinds dat jaar de grote kerstboom die in Gouda op de Markt voor het stadhuis staat. De banden waren een aantal jaren eerder al gesmeed toen het Byorkester uit Kongsberg – alweer een orkest! – deelnam aan een muziekconcours in Gouda. Naar verluidt vroeg Gouda enkele jaren later zelf om een boom – een verzoek dat de Noren inwilligden. Sinds die tijd wordt de boom, die 18 tot 24 meter hoog is, medio november in de bossen bij Kongsberg omgezaagd, op een vrachtwagen geladen en vanuit de haven van Brevik per boot via een Engelse haven naar Rotterdam vervoerd om van daaruit op een dieplader naar Gouda te worden gereden. Op Kaarsjesavond, die in Gouda sinds 1958 wordt gevierd, worden de lichtjes in de boom ontstoken. Als dank gaf Gouda in 2005, toen ze voor de vijftigste keer een boom had ontvangen, een kerstboom van glazen pegels aan Kongsberg.

Ook Emmeloord pronkt in de kersttijd met een spar uit Noorwegen. De boom van ongeveer 10 meter hoog komt uit Ringerike, sinds 1970 partnergemeente van de gemeente Noordoostpolder. Ringerike ontvangt elk jaar tulpenbollen uit de Noordoostpolder. Ook schonk de Nederlandse gemeente een historisch anker aan de Noorse gemeente en omgekeerd zijn de zwerfkeien voor het museum in Schokland weer een geschenk uit Noorwegen.

Ceremonieel

Rond het omhakken van de boom en het ontsteken van de lichtjes groeiden verscheidene ceremonies, waarin de vriendschapsbanden tussen Noorwegen en Nederland telkens werden bezegeld. Vanuit sommige gemeenten reisde midden november de burgemeester of een andere afgevaardigde van het gemeentebestuur naar Noorwegen om er het omhakken van de boom bij te wonen. De ceremonie werd veelal opgeluisterd door zingende Noorse schoolkinderen. Omgekeerd kwamen delegaties uit Noorwegen naar Nederland om het ontsteken van de lichtjes bij te wonen.

zingende schoolkinderen oslo, trafalgar tree 2014, foto Oslo kommune, Sturlason

Zingende schoolkinderen bij het omhakken van de boom voor Trafalgar Square in de bossen bij Oslo, 2014. (Foto Oslo kommune/Sturlason)

De traditie is behalve in Amsterdam ook in Rotterdam gestopt. In 2013 kwam er voor het laatst een boom uit de bossen bij Oslo naar Rotterdam. De Noren, die behalve het omzagen ook het transport van de boom betaalden, gaven te kennen het jaarlijkse cadeau te duur te vinden en te belastend voor het milieu. In Gouda en Emmeloord arriveert de boom nog wel elk jaar.

Bronnen:
Dank voor kerstboom, door Monique Snoeijen, in NRC 11 december 2000.
Noorse kerstboom verlicht hart van Emmeloord, 19 december 2013, op www.flevopost.nl.
Over Gouda bij Kaarslicht – ‘de traditie‘ en ‘over de kerstboom‘ op website goudabijkaarslicht.nl. 
Kerstmis, op www.jefdejager.nl.
Diverse landelijke kranten.

De kerstboom die voor Londen is bedoeld, is momenteel op zijn reis vanuit Oslo te volgen via zijn eigen Twitteraccount: @trafalgartree.